"Frozen cappuccino's en MacBooks"

Jaren geleden, toen ik nog studeerde, zat ik in een café te schrijven. Niet eens op een laptop, maar gewoon in een beduimeld schriftje, met een Bic balpen.
Mijn vriendje kwam binnen.
“Jezus, wat zit jij hier de schrijver uit te hangen zeg!” schalde het door het, goddank halflege, café.
Sindsdien heb ik nooit meer geschreven in het openbaar.
Maar als je altijd thuis werkt, wil je er toch wel eens uit. Weg van de sleur en vooral: van de afleiding die je huis biedt. Want hoe makkelijk is het om het schrijven nog even uit te stellen, omdat je toch echt nu de was op moet hangen? Omdat die afwas al een week op het aanrecht staat? Omdat de poes een aai wil?
Thuis werken zou relaxed moeten zijn, maar het heeft mij de afgelopen jaren toch behoorlijk wat stress opgeleverd. Door de was, de afwas en de poes werd menig deadline maar op het nippertje gehaald. Dat moest anders kunnen.
Nu telt Utrecht inmiddels aardig wat koffietentjes waar je, geheel naar Amerikaans voorbeeld, lekker met je MacBook onder het genot van een frozen cappuccino kan zitten werken. Toch stond het me tegen. De angst om van interessantdoenerij te worden beschuldigd weerhield me ervan huis, poes, was en afwas achter te laten. Voornemens om nu toch echt deze week buiten de deur te gaan werken, werden genadeloos aan de kant geschoven.
Vanochtend wist ik mezelf er dan eindelijk toe te bewegen om mijn laptop in mijn tas te stoppen en naar de Coffee Company te lopen. Het valt heus mee, zei ik tegen mezelf, je bent vast niet de enige die zijn huis is ontvlucht om ergens anders te werken. Dat viel dus even vies tegen. Waar de Amsterdamse Coffee Company’s schijnbaar vol zitten met hippe mensen en dito laptops, was het Utrechtse filiaal angstvallig leeg. Een jong stel met een kindje, wat mensen die op het terras van hun koffie lurkten, een verdwaalde toerist. En een hele lange lege leestafel. Uitnodigend? Niet echt. Veilig voelde het wel: het was rustig, dus niemand kon naar me kijken, niemand kon oordelen. En dus bestelde ik mijn frozen cappuccino en pakte ik mijn laptop uit. Het bonnetje met de code voor gratis internet verfrommelde ik: alleen maar afleiding.
En toen gebeurde het: ik werkte. Af en toe nam ik een slok koffie, maar voornamelijk werkte ik. Aan één stuk door. Geen poes aaien, geen was ophangen, geen afwas doen. Ik werkte en dat voelde goed. Dit had ik veel eerder moeten doen!
Een eindje verderop aan de leestafel was nu ook een jongen met zijn laptop gaan zitten. Ik keek naar hem. Wij waren helemaal niet interessant aan het doen. Wij waren gewoon heel slim bezig.

 

"Geheime aanbidder"

Toen ik veertien was, kreeg ik een Valentijnskaart. Zoals het een goede Valentijnskaart betaamt, was de afzender anoniem. Hij was ook een beetje eng, want mijn adres op de envelop bestond uit allemaal uit tijdschriften geknipte letters, zoals je ziet bij losgeld-brieven in films.
Ik ben er nooit achter gekomen van wie de kaart was.
Daarna heb ik nooit meer post van een verlegen verliefde gekregen. Misschien maar goed ook, want ik heb het niet zo op mensen die zich niet bekend willen maken. Die hebben vast iets te verbergen. Als ik een anonieme oproep op mijn mobieltje krijg, neem ik dan ook niet op. Meestal zijn dat toch alleen maar mensen die je iets aan willen smeren, dus ik geloof niet dat ik door dit gedrag veel potentiële lovers ben misgelopen.
Jaren gingen er dus voorbij zonder smachtende liefdesbetuigingen, tot vanochtend. Geen handgeschreven kaart, geen enorme bos rozen, nee, slechts het “ping” van mijn e-mail kondigde mijn geheime liefde aan. Ik kreeg namelijk een mailtje van Cupido. Van Hyves.
“Iemand uit je 1ste of 2de graads netwerk heeft je toegevoegd aan zijn/haar crush-list! Isn’t that exciting?” schreeuwt het mailtje me enthousiast en door hartjes omgeven toe. Echt excited ben ik niet, ik heb immers al een heel leuk viendje en bigamie lijkt me zo ingewikkeld. Nieuwsgierig ben ik wel en daarom klik op de link die me van hints kan voorzien over mijn anonieme aanbidder. Maar wat blijkt: je moet betalen als je van een zogenaamde hulplijn gebruik wil maken. Dat gaat dus mooi niet gebeuren.
In een tweede poging mijn nieuwsgierigheid te stillen, mail ik mijn lief. Of hij toevallig niet iets te maken heeft met dit crush-gedoe. Maar aangezien hij een fervent Hyves-hater is, is het antwoord al snel duidelijk. Mijn geheime liefde is écht geheim.
Ik klik nogmaals op de link. Ineens begint het me te dagen. Die aanbidder, die Hyves-cupido, het is eigenlijk net zoiets als die vervelende anonieme belletjes. Allebei willen ze wat van je. Allebei willen ze je iets opdringen waar je helemaal geen behoefte aan hebt. Dus voer ik het digitale equivalent van een telefoontje wegdrukken uit: ik verplaats de mail naar de prullenmand.

Dat alle geheime aanbidders die dit lezen maar gauw meer lef mogen krijgen. Want je wil toch niet dat Raymond Spanjar nog rijker wordt door jouw verlegenheid?

 

 

“Dr. Willemsen to the O.R.!”

Vandaag speelde ik Trauma Center: Second Opinion voor de Wii. Het is een soort Dokter Bibber meets Medisch Centrum West: tegen de achtergrond van een ziekenhuissoap dienen er mensenlevens te worden gered.
Voor de leken: op de Wii speel je niet met een gewone controller, maar met de Wii-mote, een afstandsbediening waarmee je uitbeeldt wat je poppetje op het scherm doet. Zo doet de Wii-mote dienst als tennisracket, zwaard, en nu ook als scalpel. “Echt” snijden dus. Dolle pret!

De eerste operaties gingen als een trein. Ik haalde glasscherven uit armen, verwijderde tumoren en laserde poliepen van de stembanden van een zanger. Ik was on top of the world!
Maar nu heb ik iemand dood laten gaan. Binnen twee minuten. Ik zou graag willen zeggen dat de patiënt niet meer te redden was. Dat ik er alles aan heb gedaan om hem in leven te houden. Maar dat is niet zo. Het is allemaal mijn schuld.

Na die geslaagde stemband operatie vond ik namelijk dat ik wel een wijntje verdiend had. En toen wist ik niet meer of ik eerst moest draineren of eerst moest ontsmetten, of ik überhaupt wel moest draineren, en waar was toch dat echo-apparaat gebleven? De patiënt ging razendsnel achteruit, mijn hitsige blonde assistente bleef maar tegen me schreeuwen en toen was het ineens game over.

In tegenstelling tot het echte leven, kan je op de Wii natuurlijk gewoon weer overnieuw beginnen. Met een nieuwe patiënt, die niet weet dat zijn voorganger door mijn nalatigheid vroegtijdig is komen te overlijden.

“Restart the operation?” staat er op het scherm. Maar ik heb mijn virtuele doktersjas al aan de wilgen gehangen en schenk mezelf nog een wijntje in. Om van de schrik te bekomen.